Willem Beijerinck Biologisch Station

Stichting WBBS is een wetenschappelijk onderzoekinstelling die voornamelijk ecologisch onderzoek entameert en uitvoert in het Noorden van Nederland. De stichting verricht ecologisch onderzoek in diverse gebieden, vaak met loopkevers als indicatorsoort voor de bodemfauna. Loopkevers zijn ecologisch de best onderzochte bodem bewonende evertebraten. Ze worden geacht indicatief te zijn voor vele andere groepen van aan de bodem gebonden evertebraten. WBBS adviseert, publiceert, voert onderzoek uit, verzamelt verspreidingsgegevens en werkt samen met de overheid (Provincie Drenthe) en natuur- en milieuorganisaties.

proefopstelling Mantingerveld

Nieuws

juli 2018:
De resultaten van de vogelinventarisatie in het Mantingerzand  2016/2017 zijn verwerkt.
Klik op deze link voor het verslag.

De gemeente Pijnacker -Nootdorp heeft een motie aangenomen om een meer ecologisch beheer te doen. Er  zal gefaseerd worden gemaaid en 's winters blijven delen van de vegetatie
staan om larven poppen en eieren van insecten de kans te geven zich verder te ontwikkelen.
Klik hier:  https://www.pijnacker-nootdorp.nl/artikelen/vlinders-en-maaibeleid.htm voor meer informatie.
Lees meer  over maatregelen die gunstig zijn voor insecten op de pagina Afname insecten

WBBS neemt deel aan een onderzoek van de Universiteit Antwerpen naar de invloed van boszones rond heideveentjes in het natte zandlandschap met als doel eenduidige beheer- en inrichtingsrichtlijnen te formuleren. Boszones kunnen deze veentjes zowel positief als negatief beïnvloeden, bijvoorbeeld door afvangen van stikstofdepositie, bufferen van het microklimaat, bladval en afname van kwel. Deze veentjes zijn van belang voor een aantal sterk bedreigde insektensoorten  waaronder de turfloopkever (Agonum ericeti). De stichting zal de Drentse heideveentjes die worden betrokken bij het onderzoek gaan bemonsteren.

Droseraven
Henk de Vries en Leo Norda (links) zoekend naar geschikte lokaties voor het plaatsen van bodemvallen. Droseraven (Dwingelderveld) maart 2018

Lavendelheide
Lavendelheide in het Droseraven


oktober 2017:
In  Duitse natuurgebieden is het aantal insecten de afgelopen kwart eeuw met liefst 75% verminderd, zo maakte een onderzoeksteam onder leiding van Hans de Kroon van de Radboud Universiteit bekend. Volgens de onderzoekers zijn de resultaten zeer waarschijnlijk representatief voor de rest van West-Europa.

Ook in de langlopende loopkeverbemonsteringen van onze stichting zien we een duidelijke vangstafname. De grafiek hieronder toont drie series (locaties) op het Dwingelderveld die tot op de dag van vandaag worden bemonsterd. Er is sprake van afname met een opleving in één van de series (zwarte lijn) vanaf 1987 met een piek in 1994 en daarna weer een geleidelijke afname. Deze opleving was het gevolg van plaggen op en rond deze locatie in het midden van de jaren '80.



Overzicht loopkevervangsten Dwingelderveld

Rikjan Vermeulen werd naar aanleiding van het Duitse onderzoek  geïnterviewd door TV Drenthe: 








paarden op het ecoduct
Ecoduct Dwingelderveld

De vangst- en waarnemingsgegevens van het ecoduct over het jaar 2016 zijn verwerkt. Op het ecoduct zijn onder andere de Groene zandloopkever (Cicindela campestris) en de Heideloopkever (Carabus arvensis) aangetroffen. Ook werd de vrij zeldzame Heidekruiper (Harpalis solitaris) gevangen.

 Carabus arvensis Cicindela campestris

Heideloopkever                                                         Groene zandloopkever
 
De bosmuis is ook weer volop gevangen op het ecoduct, vooral de stobbenwal is erg populair bij deze soort. Verder is de Dodaars als broedvogel aangetroffen in de verbindingszone met het Terhorsterzand. Andere Ecoductbezoekers waren o.a de Roodborsttapuit en de Kleine watersalamander (zie de foto's hieronder).

kleine watersalamander Roodborsttapuit

Klik hier voor het volledige rapport en hier voor de amfibieënbijlage of kijk op de pagina Publicaties


Waarom loopkevers
Een groot aantal soorten loopkevers is gevoelig voor allerlei milieufactoren en kunnen daarom als belangrijke indicatoren worden gebruikt. Anders dan bij planten reageren loopkevers vrijwel direct op veranderende omstandigheden. Door terreinen te bemonsteren en de resultaten te vergelijken met de lijst van soorten die mogelijk in dat type habitat hadden kunnen voorkomen (similariteit) kan worden bepaald in hoeverre dat terrein overeenkomt met het type terrein dat men wenst. Op basis van dergelijke resultaten kan men vervolgens bekijken of maatregelen nodig zijn of niet. Door verspreide bemonstering van een terrein kunnen ook de meest waardevolle plekken voor de bodemfauna worden opgespoord.